Artikel uit De Stentor van 10-05-2004
van onze correspondent
10 MEI 2004 - APELDOORN - Bij de lichte tot matige noordwestenwind zou uitvaartondernemer Ivan Boxtart met volle teugen hebben kunnen genieten van het eerst zomerconcert in het Oranjepark.
Met de wind zouden de geluidsgolven naar
zijn woning, tevens uitvaartcentrum, aan de van der Houven van Oordtlaan
zijn gewaaid. ‘Het brengt tenminste leven in de brouwerij‘, vindt hij.
‘Hebben ze eindelijk iets moois in het park en dan gaan ze de muziek
verbieden.‘
Om een verbod te voorkomen, houdt de organisatie van de zomerconcerten,
Muziektent Apeldoorn, de hoeveelheid geproduceerd geluid angstvallig in de
gaten. Bij de gospelmuziek van The New Relations geeft de meter niet meer
dan 60 decibel aan. ‘We mogen maximaal 70 decibel produceren‘, roept
materiaalman Jan Waanders boven het geluid van een voorbijrijdende
motorfiets op de Regentesselaan (75 dB) uit. Dat niveau wordt niet
gehaald. Zelfs de Apeldoornse band The Rabbits komt op deze plek niet
boven de 65 decibel uit met haar drums, gitaren en toetsen.
Niet alleen een ambtenaar van de gemeente, maar ook geluidsman Rob Graaff
heeft een meter bij de hand. Hij draait de volumeknop tijdig naar links
als de wijzer te ver doorslaat.
MESJOKKE
Het geluid van de muziek verplaatst zich tussen de huizen en bomen aan
het Oranjepark en wordt door het verkeer overstemd. Ludo Wijmans woont aan
de Mr. Van Rhemenslaan en hoort deze zondagmiddag bijna niets. ‘Soms word
ik stapel mesjokke van die moderne popmuziek en ik erger me aan de
geweldige rotzooi die ze soms achterlaten.‘
Met zijn ruwharige teckel Teun gaat hij de dag erna het park in, om op te
ruimen. Van hem mogen ze de muziektent best exploiteren, als het geluid
maar niet hinderlijk is voor de aanwonenden.
VRIJHEID
Bewoners van enige panden in de ‘vuurlinie‘ (de Regentesselaan) vinden
muziek op zondagmiddag heerlijk, als het maar niet te hard is. H.
Katzenstein heeft bovendien iets met de muziektent. Toen hij in 1945 op
een fiets zonder banden na een lange tocht in Apeldoorn aankwam, ging hij
uitrusten in het Oranjepark. Bij muziek van een Canadese militaire band,
die in de muziektent speelde, schreef hij brieven naar vrienden in het
buitenland en besefte voor het eerst, dat hij vrij was. In de woonkamer
hoort hij helemaal niets van The Rabbits, maar in de tuin wel. Katzenstein:
‘Vorig jaar was de muziek soms echt te hard en kon ik me bij het lezen in
de tuin niet goed concentreren.‘
FEEST
Even verderop, aan lijzijde van de geluidsbron, ligt de Oranjelaan. H.
Wiggers kan in zijn tuin, bij een pilsje, van de muziek zitten genieten.
‘Geluid moet bij de muziek horen‘, vindt hij. ‘Muziek op zondag is een
feest, als ze maar niet te vroeg beginnen of te laat ophouden. Daar houd
ik niet van.‘
De grootouders van Bram van Stokkum wonen er ook. Zij houden niet van
keiharde muziek, maar Bram vindt de nummers van The Rabbits uit de jaren
zestig ‘helemaal niks‘. Het maakt hem niet uit of het geluid te hard of te
zacht is. Zijn oma loopt met een handje voer voor de kippen naar huis en
zegt ervaring te hebben met geluidsoverlast. ‘Ik had eerst ook een hele
mooie haan‘, vertelt ze, ‘maar die moest ik voor de buren wegdoen, want
hij begon ‘s morgens al om drie uur te kraaien.‘ (70 dB.)